Wat een Facebookstatus niet kan doen. “joene doesn’t like A. too much, anymore“, stond er te lezen. En ik zal het geweten hebben ook.
- “gaat dat over mij?”
- “zeg, die A., wie is dat?”
- “moet dat niet ‘A. Moeder’ zijn?” - idiot
- “dat ben ik toch niet, he?”
- “mag ik weten wie je bedoelt met A.?”
- “heb je iets tegen mij, of zo?”
Mannekes toch. Binnen het half uur kreeg ik alle ego’s over de virtuele vloer, smekend om geruststelling. Wat ik wel straf vond, trouwens: je zou toch denken dat een gemiddeld bovengemiddeld ego zich niets aantrekt van de mening van het plebs. Au contraire, Hastings! Alle personen komen ook uit dezelfde geografische regio, maar clichés zijn niet toevallig clichés, waar.
Het type is alom bekend: mensen die vol lof over zichzelf kunnen praten. Die dat tot vervelens toe doen, ook. Mensen die verwachten dat de luisteraar geboeid vragen stelt en meegaat in een diepgaand, leerrijk gesprek. Over hen. Mensen die, wanneer de ander dan ook eens iets wil vertellen over zichzelf, wat in het rond kijken. Die reageren met “ha, ja…” en prompt over iets anders beginnen. Iets anders als in, zichzelf. Of op z’n minst iets wat ze hebben meegemaakt.
De mannen van “je moet mijn respect verdienen“. Sta me toe daar eens smakelijk mee te lachen, aap. Wie denkte wel dat ge zijt? En van waar komt die gedachte dat ik uw respect nog maar WIL verdienen? Of je me nu kunt hebben of niet, ik denk niet dat ik het me nog minder kan aantrekken. 99% kans dat ik je toch nooit meer hoor, tenzij je me wil vertellen hoe geweldig je bent, of wanneer je ongevraagd commentaar komt geven op mijn leven. Ik heb er niet om gevraagd, dus stfu.
En natuurlijk ook de mensen die iets nodig hebben. “Hey, oewist, zeg-ik-heb-is-een-vraagske.”. Vrij vertaald bestaat die korte intro uit twee delen: “beleefdheidsbegroeting-maar-don’t-care” en “gimme-gimme“. Het zal aan mij liggen, maar daar kan ik niet tegen. Als je mij voor de rest dan toch niet wil kennen, go fuck yourself en laat mij nu ook gerust. Wat ben ik, een liefdadigheidsinstelling?
Gelukkig ben ik subtiel in zo’n dingen. Smooth as silk. De volgende keer dat ik dus reageer met “ha, gij… wat hebde nu weer nodig”: je weet hoe laat het is. Smoooooth.
Noem het leedvermaak, noem het iets anders, maar ik vind dat hilarisch, die reacties. Mensen die je enkel hoort wanneer ze iets nodig hebben, mensen die volgens zichzelf altijd slimmer, boeiender, grappiger, harder better faster stronger zijn. Mensen die zich nu in alle mogelijk bochten wringen om toch maar bij iedereen in de bovenste schuif te liggen. Ik vind dat grappig. Meer triestig dan grappig, maar je kan er van op aan dat ik met een brede glimlach achter m’n PC zit. En dat dankzij één letter.