Antwerpen, een nog-te-doene zaterdagvoormiddag in de Fnac. Hmm, es kijken of ze toch toevallig die limited edition hebben van Daft Punks ‘Alive’. Ik zie wél de gewone CD staan, maar niet de limited edition. Langs de andere kant wel limited editions van ‘Homework’ en ‘Discovery’, maar dan weer niet van ‘Alive’. Dju. Salesperson!
“- Euh, pardon, juffrouw: hebt u toevallig de limited edition versie van deze (*toon*) CD? Daar staan namelijk extra nummers en video op.” *glimlach*
“Nee! Uitverkocht! Niet in voorraad! Eerste week al!”
“- O… kee dan. Bedankt.”
Nevermind, ik heb de gewone CD al en die is tenslotte geweldig. Misschien dat de andere versie online wel te vinden is, op één van de grotere verkoopdiensten. En believe you me, woman, wanneer ik hem vind (wat ik ook zal doen), dan, dan… dán! Oeh, *geweldig label* heeft een nieuwe CD, die ik nog niet heb. I has an aanwinst!
Even tussendoor: mijn verzamelwoede wint het geregeld van de portefeuille. CD / DVD winkels zijn een hél. Op weg naar de kassa passeer ik nog tientallen CDs, films en series die ik wil. Gelukkig weet ik me op tijd te beheersen en stroll ik naar de kassa.
Kassa links: mooie jonge vrouw. Kassa rechts: een vrouw die mijn moeder kon zijn. Of mijn grootmoeder, moest die er vroeg aan begonnen zijn. Kots. In ieder geval: ze zag er nog goed uit. Ik schuif dus aan bij de kassierster van mijn leeftijd, terwijl ik ondertussen een beetje rondkijk, mijn toekomstige aankopen nog wat bestudeer, etc. Wat ik niét doorheb, is dat de oudere dame veel sneller werkt da haar jongere collega. Haar rij is dus praktisch *leeg*, terwijl mijn leeftijdscategoriegenote haar uiterste best doet om de aanschuivende massa de baas te kunnen.
“Hrmpf, ze gaan liever bij u!“, zei mijn could-be-moeder, met een gezicht dat ik het best kan omschrijven als een rozijn. Of, ja… soit. Volledig op automatische piloot stap ik opzij en naar haar kassa, leg ik mijn CDs op die kassa, en hoor ik mezelf vol enthousiasme iets zeggen als:
“Oh, maar u bent óók knap, hoor!”
Ouch. “Fok”, dacht ik nog en ik hoopte dat ik niet mijn ik-ben-overduidelijk-aan-het-zeveren gezicht trok, maar mijn ik-meen-wat-ik-zeg-eerlijk-waar gezicht. Helaas voor mij, vrienden, want mensen hebben de degoutante neiging om te denken dat ik *altijd* aan het lullen ben. Mensen zien mijn gezicht en mijn beleefde glimlach en denken “ha, dat zal wel een onnozelaar zijn”. Wat ook zo is, trouwens, maar af en toe weet ik ook wel eens over wat ik praat. Jammer genoeg weet de buitenwereld die momenten niet altijd even prachtig op te pikken, met misverstanden en gekrenkte zaken tot gevolg.
Maar goed, ze kon er dus niet mee lachen. Na-oorlogs-serieus-zijn, gokte ik. Niet dat het zo’n hilarische opmerking was, toegegeven, maar een béétje meedoen had wel gemogen. De stilte was vooral een beetje pijnlijk voor *mij*, samen met die blikken. Volgens mij scande ze m’n aankopen expres trager in ook. Ik betaalde, nam m’n zakje aan en zei “bedankt, JUFFROUW!” *wink wink*, om zo nonchalant mogelijk de zaak te verlaten.
Als kassierster moet het een hel zijn, onnozelaars over de vloer krijgen. Benieuwd hoeveel mensen ze zo per dag aan haar betaalkast krijgt. Dus, beste juffrouw, ik doe m’n best om me volgende keer in te houden. Oogcontact kan nog. Net.
Geplaatst in auw | Categorie: compliments, fnac, humor